Mensen die worden opgenomen in de psychiatrische hulpverlening, verliezen hun houvast. Het is belangrijk om daar rekening mee te houden in je werk, vindt verpleegkundige in opleiding Ivana. “Ik laat iemand zoveel mogelijk zijn eigen keuzes maken.”
Dat Ivana in de psychiatrie aan de slag zou gaan, stond al vroeg vast. “Ik keek in mijn jeugd al vaak naar documentaires over de geestelijke gezondheidszorg. Over mensen met psychoses bijvoorbeeld. Ik was altijd nieuwsgierig naar waar zoiets vandaan komt en wat het doet met iemands leven. Wat het voor iemand betekent als die vanuit het dagelijks leven in de hulpverlening wordt geplaatst. Je verliest toch je houvast.”
Werken en studeren tegelijk
Ivana volgde de opleiding Social Work en studeerde af als GGZ-agoog. “Ik ging toen aan het werk op de open afdeling van de acute psychiatrie, maar merkte dat ik nog lang niet alles zelfstandig kon doen. Een injectie toedienen of wondverzorging, dat moest ik allemaal aan collega’s vragen.” Daarom besloot ze om de duale studie Verpleegkunde te gaan volgen: werken en studeren tegelijk.
Gedurende haar studies werkte ze al op een aantal plekken binnen Altrecht; bij psychiatrie en verslaving, Mariënburg (voortgezette klinische behandeling) en Rintveld Eetstoornissen. “Dat je op veel verschillende plekken ervaring kunt opdoen is een groot pluspunt van Altrecht. Je hebt hier zoveel doelgroepen, dat je mooi kan ‘experimenteren’ en kijken wat goed bij je past.”
High-care afdeling
Inmiddels werkt ze op een van de high care-afdelingen. “Mensen zijn hier vrijwillig opgenomen of met een crisismaatregel of zorgmachtiging, meestal voor een korte periode. Psychoses, katatonie, suïcidaliteit: veel uiteenlopende ziektebeelden komen voorbij. Tijdens een dienst als verpleegkundige ben je een soort persoonlijk begeleider voor vier cliënten. Je maakt direct contact en stelt jezelf voor, kijkt hoe ze erbij zitten, welke plannen ze hebben, je stemt de zorg af met de cliënt en behandelaren en hebt contact met de mensen in hun omgeving. Zoals een casemanager of de familie van de cliënt. Want ook voor hen kun je veel betekenen.”
Bij Altrecht ligt sterk de nadruk op het terugdringen van dwang en drang, vertelt Ivana. “We doen er veel aan om het aantal separaties tot een minimum te beperken. Het is de bedoeling om zoveel mogelijk écht in contact te staan met de cliënt. Dat sluit ook goed aan bij hoe ik zelf denk en wil werken.”
Ze vindt dat in de maatschappij een eenzijdig beeld heerst van mensen met een psychiatrische aandoening. “Je hoort alleen maar over de heftige situaties, die vaak mislopen. Maar zijn mensen echt zo? Of is iemand heel ziek en heeft diegene gewoon zorg nodig? Psychische problemen verschillen namelijk veel in intensiteit en duur en dit verschilt per persoon. Veel mensen beseffen niet dat een psychiatrische aandoening iederéén kan overkomen. Elk mens heeft namelijk een psychische kwetsbaarheid. Ook hoor je nooit verhalen over mensen met een psychose die je dag vrolijker maken. Terwijl die er absoluut wel zijn!”
De regie teruggeven
Uiteindelijk is het doel van een behandeling om de regie aan de cliënt terug te geven. “Daarom probeer ik hem of haar zoveel mogelijk keuzes zelf te laten maken, want we hebben al zoveel vóór diegene bepaald. Er is een verschil tussen de vraag ‘kom je nú je medicatie halen?’ of ‘hé, ik zag dat je medicatie hebt, hoe laat wil je die komen halen?’. Dat soort schijnbare kleinigheden maken een groot verschil. Uiteindelijk betekent een opname hier voor veel cliënten een nieuw begin, een nieuwe kans. Om weer goed te kunnen functioneren in hun leven en hun thuissituatie. Ik doe graag hard mijn best om hen die kans met beide handen te laten grijpen.”
